KunstMuseaZhighlightZSlider

Kleine oeuvre Bosch uitgebreid met nieuw ontdekt schilderij

De verzoeking van de heilige Antonius uit Kansas City, Missouri (USA) moet aan niemand minder dan Jheronimus Bosch worden toegeschreven. Dat blijkt uit het wereldwijde onderzoek van het Bosch Research and Conservation Project (BRCP). Decennialang stond het schilderij als werk van een leerling of navolger van Bosch in het depot van het Nelson-Atkins Museum of Art in Kansas City, Missouri. Deze nieuwe toeschrijving betekent een belangrijke uitbreiding van het kleine oeuvre van Bosch (ca. 1450 ’s-Hertogenbosch 1516). Deze ontdekking werd maandag door onderzoekers van het BRCP wereldkundig gemaakt tijdens een persconferentie in Het Noordbrabants Museum, waar 13 februari de overzichtstentoonstelling Jheronimus Bosch opent voor het publiek. Het schilderij werd getoond aan de pers in aanwezigheid van Julián Zugazagoitia, directeur van het Nelson-Atkins Museum of Art.

Ontdekking

Het door het BRCP ontdekte werk – dat dateert uit ca. 1500-10 – zal voor het eerst aan het publiek worden getoond tijdens de aan Jheronimus Bosch gewijde overzichtstentoonstelling die vanaf 13 februari 2016 in Het Noordbrabants Museum te zien is. Coördinator van het BRCP Dr. Matthijs Ilsink en voorzitter van het wetenschappelijk comité Prof. Dr. Jos Koldeweij spreken van “een kleine maar belangrijke toevoeging aan het oeuvre van Bosch. Deze ontdekking toont de grote waarde van het documentatiemateriaal dat het BRCP van het werk van Bosch maakte en via de website boschproject.org zal ontsluiten.” Julián Zugazagoitia, Menefee D. en Mary Louise Blackwell, directeur en CEO van Nelson-Atkins: “We zijn zeer verheugd met deze belangrijke ontdekking door het BRCP. Het wetenschappelijk onderzoek achter deze toeschrijving is een van de grote prestaties van de jarenlange werkzaamheden die resulteren in de tentoonstelling Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie.” De overzichtstentoonstelling is gebaseerd op dit omvangrijkste en meest internationale onderzoek dat ooit naar de zeldzame schilderijen en tekeningen van Bosch is gedaan. Niet eerder keerden zoveel werken van Bosch terug naar zijn stad ’s-Hertogenbosch, de plaats waar ze ooit zijn gemaakt.

Herkenbare techniek

Op het paneeltje is de heilige Antonius te zien, herkenbaar aan het T-vormige kruisje op zijn mantel. Met de linkerhand steunt hij op zijn staf en met de andere hand vult hij een kruik met water. De heilige wordt bedreigd in zijn aan God gewijde bestaan door de merkwaardige wezens om hem heen. De voorstelling is bij een twintigste-eeuwse restauratie sterk geretoucheerd en overschilderd, maar de hand van Bosch is in de oorspronkelijke penseelvoering nog duidelijk herkenbaar. Wanneer we door deze latere toevoegingen heen kijken, wordt duidelijk hoe sterk deze Antoniusvoorstelling aansluit bij met name het linkerluik van de Heremietentriptiek in de Gallerie dell’Accademia in Venetië, straks ook te zien in ‘s-Hertogenbosch. Met behulp van infraroodfotografie en infraroodreflectografie zijn bovendien ondertekeningen door de onderzoekers van het BRCP zichtbaar gemaakt. Deze ondertekeningen sluiten perfect aan bij wat op andere panelen uit het kernoeuvre van Jheronimus Bosch is aangetroffen. Met een vrij dik penseel is met een waterig medium globaal en zoekend getekend hoe de voorstelling op het paneel moest komen. Deze zoekende aanpak van de voorbereidende tekening onder de verflaag komt voor in nagenoeg alle andere werken van Jheronimus Bosch. Ook daar bracht hij vervolgens, zoals hier, al schilderend opnieuw veranderingen aan in de voorstelling. Daarnaast werkt Bosch met verschillende kleuren in de nog natte verf, zoals bij de kop en de vleugel van de op het land gekropen vliegende vis op deze Antoniusvoorstelling. Door die werkwijze bereikt hij het voor hem zo karakteristieke schilderkunstige effect.

Herkenbare monstertjes

De voorstelling van de geknielde en water scheppende Antonius in een omgeving met merkwaardige wezens is tot in detail te passen in het verdere oeuvre van Bosch. De figuur van de heilige komt sterk overeen met de Antonius op het linkerluik van de Heremietentriptiek en is ook verwant aan een water scheppend monstervrouwtje op het middenpaneel van het Laatste Oordeel in Brugge. De monstertjes op het paneel zijn typisch “Bosch”. Het onder een trechter verscholen wezentje, het gedrocht met de vossenkop, het figuurtje met de lepelaarsbek, de varkenspoot op het drijvende tafelblad, de uit het water klauterende pad en de drijvende worst: alle zijn ze terug te vinden in andere werken van de hand van Bosch.

Fragment

Het paneel is een fragment van een oorspronkelijk veel groter paneel, want het is aan alle kanten ingekort. Het is ca. 4 millimeter dik en de achterzijde toont het kale eikenhout. Het is het centrale gedeelte met de heilige heremiet als hoofdfiguur van een schilderij, dat wellicht een luik vormde van een ontmantelde triptiek. Rond de heilige zal een veel grotere bedreigende omgeving geschilderd zijn geweest zoals bijvoorbeeld op het linkerluik van het Heremietendrieluik. Het gebrek aan onmiddellijke schilderkunstige context is tot op heden de belangrijkste reden geweest om te twijfelen aan de eigenhandigheid van dit schilderij. Dankzij de enorme hoeveelheid nieuwe documentatie die het BRCP vervaardigde, zowel van dit schilderij als van de rest van het oeuvre van de meester, kan dit fragment nu toch met vertrouwen aan Bosch worden toegeschreven.

Heiligen

De heiligenverering had in de periode waarin Jheronimus Bosch leefde een hoge vlucht genomen. Bij het weergeven van heiligen werkte Bosch verder in de bestaande beeldtraditie. Zijn opdrachtgevers en tijdgenoten moesten de voorgestelde heiligen immers kunnen herkennen. Dan konden ze zich in gebed tot hen richten. Tegelijkertijd blijkt dat Bosch een eigen en creatieve interpretatie gaf aan de traditie. Heiligen die hij vaker afbeeldde waren Hiëronymus (zijn naamheilige) en Antonius zoals hier (de naamheilige van zijn vader). Beiden waren populair in de late middeleeuwen. Zij hadden zich een deel van hun leven als kluizenaar teruggetrokken in eenzaamheid.

Foto: Marc Bolsius

Geef een reactie